Interview: van nichemarkt naar de hoofdstroom van de woningbouw

03 dec 2020 | Nieuwsberichten

De modulaire bouw beweegt zich de laatste jaren van een nichemarkt naar de hoofdstroom van de woningbouw. En niet zonder reden. “De huizenmarkt bereikt zo langzamerhand het kookpunt, met een tekort van 300.000 woningen”, zegt directeur Harry van Zandwijk van Jan Snel, marktleider in modulaire bouw. “Wij kunnen hieraan op allerlei manieren het hoofd bieden, op basis van een bouwkundige kwaliteit die niet onderdoet voor die van traditionele bouw. Sterker nog: modulaire bouw is slimmer, sneller en schoner.”

De tijd dat modulaire bouw stond voor tijdelijke modules om een tekort aan permanent vastgoed te overbruggen, is allang voorbij, zegt Van Zandwijk. “Modulaire bouw zoals wij die uitoefenen staat voor realisatie volgens de laatste regelgeving en onder geconditioneerde omstandigheden, met minder faalkosten, een kortere ontwikkel- en bouwtijd en een volledig vraaggestuurde organisatie. Geheel anders dan de traditionele bouw. Om een voorbeeld te geven: wij produceren honderd modules in de week in onze eigen fabriek en leveren dit jaar zo’n 1.300 locatiegebonden woningen op, zo nodig turnkey inclusief vergunningen en terreininrichting. De verschillen in regelgeving tussen tijdelijke bouw en permanente bouw zijn trouwens ook steeds kleiner aan het worden, naar onze mening een uitstekende zaak.”

Sterke vraaggroei

Van Zandwijk wil zeker niet alleen spreken van een imagoshift. “Feitelijk is het zo dat wij in de zestig jaar van ons bestaan al twintig jaar modulair bouwen op het genoemde niveau, bijvoorbeeld met de wisselwoningen voor de NCG (Nationaal Coördinator Groningen; red.) in aardbevingsgebied Groningen. Dat zijn woningen die weliswaar zijn neergezet met het oog op tien, vijftien jaar, maar in kwaliteit niets onderdoen voor traditionele grondgebonden woningen. Om maar aan te geven dat het probleem niet aan de techniek ligt. Verder ontwikkelt de vraag zich explosief, bijvoorbeeld als het gaat om grondgebonden woningen, studentenhuisvesting, appartementen en woningen voor arbeidsmigranten, en ook de vraag naar modulaire oplossingen voor ziekenhuizen groeit sterk.” Het probleem met de tekorten op de woningmarkt is politiek, denkt Van Zandwijk. “Het gaat met name om de beschikbaarheid van locaties en investeringsruimte bij woningcorporaties. Los daarvan is de vraag naar modulaire bouw sterk gestegen, waarbij wij zo min mogelijk nee verkopen en altijd nieuwe oplossingen bedenken.”

Continue innovatie

Wat betreft gestapelde bouw gaat Jan Snel inmiddels tot twaalf lagen en in de toekomst nog hoger. “Daarnaast opereren wij steeds vaker als locatiegebonden ontwikkelaar. Wij willen met onze innovatieve, modulaire bouwmethodologie en proactieve projectontwikkeling een bijdrage leveren aan het huisvestingstekort. De komende jaren zullen wij onze ontwikkelactiviteiten verder uitbreiden, ook wat betreft reguliere woningbouwprojecten. Door middel van kennisontwikkeling en -uitwisseling streven wij voortdurend naar verbetering in elke stap van het proces. Dit is ook één van de redenen waarom wij lid zijn geworden van de NEPROM. Wij moeten vooruit, er is geen ruimte voor vasthouden aan tradities als het beter kan. En het kan beter, op basis van continue innovatie in productielogistiek, installatietechniek en veiligheid, zoals ook in de automotive-industrie gebruikelijk is. Wat is mooier dan een businessmodel dat volledig vraaggestuurd is? En het allermooiste is, wij kunnen het compleet circulair en met minder mankracht. Modulair bouwen volgens Jan Snel is altijd slimmer, sneller en schoner.”

Bron: Stedenbouw